Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
de apotheek is gesloten, sorry voor het ongemak!
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 6,67 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 3,97 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Hypotensie - Patiënten met volumedepletie Bij hypertensieve patiënten zonder andere risicofactoren voor hypotensie is de combinatie irbesartan en hydrochloorthiazide zelden in verband gebracht met symptomatische hypotensie. Symptomatische hypotensie kan naar verwachting optreden bij patiënten die volume- en/of natriumdepletie hebben als gevolg van intensieve behandeling met diuretica, een zoutbeperkt dieet, diarree of braken. Dergelijke aandoeningen dienen te worden gecorrigeerd voordat met de behandeling met Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva begonnen wordt. Nierarteriestenose - Renovasculaire hypertensie Patiënten met bilaterale nierarteriestenose of stenose van de arterie naar slechts één werkende nier lopen een groter risico op ernstige hypotensie en nierinsufficiëntie wanneer ze behandeld worden met ACE-remmers of angiotensine-II receptorantagonisten. Hoewel dit voor Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva niet beschreven is, dient met een soortgelijk effect rekening te worden gehouden. Verminderde nierfunctie en niertransplantatie Als Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva wordt gebruikt bij patiënten met een verminderde nierfunctie, wordt periodieke controle van de serumkalium-, serumcreatinine- en serumurinezuurspiegels aanbevolen. Er is geen ervaring met de toediening van Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva aan patiënten die recent een niertransplantatie hebben ondergaan. Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva dient niet te worden gebruikt door patiënten met een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring < 30 ml/min) (zie rubriek 4.3). Aan thiazidediuretica gerelateerde azotemie kan optreden bij patiënten met nierfunctieverlies. Er is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met een nierfunctievermindering bij wie de creatinineklaring ≥ 30 ml/min bedraagt. Echter, bij patiënten met een licht tot matig verminderde nierfunctie (creatinineklaring ≥ 30 ml/min maar < 60 ml/min) dient de vaste dosiscombinatie voorzichtig te worden gebruikt. Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) Er is bewijs dat bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) toeneemt. Dubbele blokkade van RAAS door het gecombineerde gebruik van ACE�remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als behandeling met dubbele blokkade absoluut noodzakelijk wordt geacht, mag dit alleen onder supervisie van een specialist plaatsvinden en moeten de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk regelmatig worden gecontroleerd. ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten dienen niet gelijktijdig te worden ingenomen door patiënten met diabetische nefropathie. Intestinaal angio-oedeem Intestinaal angio-oedeem is gemeld bij patiënten die werden behandeld met angiotensine II�receptorantagonisten, waaronder irbesartan (zie rubriek 4.8). Bij deze patiënten deden zich buikpijn, misselijkheid, braken en diarree voor. De symptomen verdwenen na stopzetting van angiotensine II�receptorantagonisten. Wanneer intestinaal angio-oedeem wordt vastgesteld, moet het gebruik van irbesartan/hydrochloorthiazide worden gestaakt en moet gepaste monitoring plaatsvinden tot de symptomen volledig zijn verdwenen. Verminderde leverfunctie Thiazidediuretica dienen voorzichtig gebruikt te worden bij patiënten met een verminderde leverfunctie of een progressieve leverziekte, aangezien geringe veranderingen in de vloeistof- en elektrolytbalans een hepatisch coma kunnen induceren. Er is geen klinische ervaring met Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva bij patiënten met een verminderde leverfunctie. Aorta- en mitraalklepstenose, obstructieve hypertrofische cardiomyopathie Evenals bij andere vasodilatatoren is bijzondere voorzichtigheid geboden bij patiënten die lijden aan aorta- of mitraalklepstenose of aan obstructieve hypertrofische cardiomyopathie. Primair hyperaldosteronisme Patiënten met primair hyperaldosteronisme zullen in de regel niet reageren op antihypertensiva die werken door remming van het renine-angiotensinesysteem. Daarom wordt het gebruik van Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva niet aanbevolen. Metabole en endocriene effecten Thiazidediuretica kunnen de glucosetolerantie remmen. Een latent aanwezige diabetes mellitus kan manifest worden tijdens een behandeling met thiazidediuretica. Irbesartan kan hypoglykemie induceren, vooral bij diabetische patiënten. Bij patiënten behandeld met insuline of antidiabetica moet een geschikte bloedglucosemonitoring overwogen worden; een dosis-aanpassing van insuline of antidiabetica kan vereist zijn wanneer aangewezen (see rubriek 4.5). Verhogingen van de cholesterol- en triglyceridenspiegels zijn in verband gebracht met de behandeling met thiazidediuretica; bij een dosering van 12,5 mg zoals deze voorkomt in de combinatie irbesartan en hydrochloorthiazide zijn echter slechts geringe of zelfs geen effecten gemeld. Bij bepaalde patiënten die met thiazidediuretica behandeld worden, kan hyperurikemie optreden of kan jicht acuut worden. Elektrolytverstoringen Zoals bij alle patiënten die thiazidediuretica gebruiken, dienen met de juiste tussenpozen periodieke bepalingen van de serumelektrolyten uitgevoerd te worden. Thiazidediuretica, waaronder hydrochloorthiazide, kunnen een verstoring van de vloeistof- of de elektrolytbalans (hypokaliëmie, hyponatriëmie en hypochloremische alkalose) veroorzaken. Voortekenen van verstoringen in de vloeistof- of elektrolytbalans zijn droge mond, dorst, zwakte, lethargie, slaperigheid, rusteloosheid, spierpijn of -krampen, vermoeide spieren, hypotensie, oligurie, tachycardie, en gastro-intestinale stoornissen zoals nausea of braken. Hoewel zich hypokaliëmie kan ontwikkelen bij het gebruik van thiazidediuretica, kan gelijktijdige behandeling met irbesartan de door diuretica geïnduceerde hypokaliëmie verminderen. De kans op hypokaliëmie is het grootst bij patiënten met levercirrose, bij patiënten met een sterke diurese, bij patiënten die onvoldoende elektrolyten innemen en bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met corticosteroïden of ACTH. Daarentegen kan door het bestanddeel irbesartan van Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva hyperkaliëmie optreden. Dit geldt met name bij gelijktijdig nierfunctieverlies en/of hartfalen en bij diabetes mellitus. Bij risicopatiënten wordt adequate controle van het serumkalium aanbevolen (zie rubriek 4.4). Kaliumsparende diuretica, kaliumsupplementen of kaliumbevattende zoutvervangingsmiddelen dienen voorzichtig gecombineerd te worden met Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva (zie rubriek 4.5). Er is geen bewijs dat irbesartan de door diuretica veroorzaakte hyponatriëmie zou doen verminderen of doen voorkomen. Het chloridetekort is doorgaans mild en behoeft meestal geen behandeling. Thiazidediuretica kunnen de urinaire calciumexcretie verminderen en een intermitterende en geringe verhoging van het serumcalcium veroorzaken zonder dat hierbij een afwijking van het calciummetabolisme bekend is. Opvallende hypercalciëmie kan het bewijs zijn van een latente hyperparathyreoïdie. Alvorens de functie van de bijschildklieren te onderzoeken, dient het gebruik van thiazidediuretica gestaakt te worden. Er is aangetoond dat thiazidediuretica de urinaire excretie van magnesium kunnen verhogen, hetgeen kan resulteren in hypomagnesiëmie. Lithium De combinatie van lithium en Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva wordt niet aanbevolen (zie rubriek 4.5). Dopingtest De hydrochloorthiazide in dit geneesmiddel kan bij een dopingtest een positief analytisch resultaat geven. Algemeen Bij patiënten bij wie de vaattonus en de nierfunctie voornamelijk afhangen van de activiteit van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (bijv. patiënten met ernstig hartfalen of onderliggende nierziekte, waaronder nierarteriestenose), is de behandeling met ACE-remmers of angiotensine-II receptorantagonisten die dit systeem beïnvloeden in verband gebracht met acute hypotensie, azotemie, oligurie, en in zeldzame gevallen met acuut nierfalen. Net als bij andere antihypertensiva kan bij patiënten met ischemische cardiopathie of ischemische cardiovasculaire aandoeningen een excessieve bloeddrukdaling tot een myocardinfarct of CVA leiden. Overgevoeligheidsreacties voor hydrochloorthiazide kunnen optreden bij patiënten met of zonder voorgeschiedenis van allergie of astma bronchiale, maar zijn waarschijnlijker bij patiënten met een dergelijke voorgeschiedenis. Exacerbatie of activering van systemische lupus erythematodes zijn beschreven bij het gebruik van thiazidediuretica. Gevallen van fotosensitiviteitsreacties zijn gemeld met thiazidediuretica (zie rubriek 4.8). Indien fotosensitiviteitsreacties optreden tijdens de behandeling, wordt aangeraden om de behandeling te stoppen. Indien opnieuw de toediening van het diureticum noodzakelijk geacht wordt, is het aan te raden om blootgestelde delen te beschermen tegen de zon of kunstmatig UV-A. Zwangerschap Therapie met angiotensine-2-receptor antagonisten moet niet gestart worden tijdens zwangerschap. Patiënten die een zwangerschap plannen moeten omgezet worden op een alternatieve anti-hypertensieve therapie met een bekend veiligheidsprofiel voor gebruik tijdens zwangerschap, tenzij het voortzetten van de angiotensine-2-receptor antagonist therapie noodzakelijk wordt geacht. Als zwangerschap wordt vastgesteld dient de behandeling met angiotensine-2-receptor antagonisten onmiddellijk gestaakt te worden, en moet, indien nodig begonnen worden met een alternatieve therapie (zie rubrieken 4.3 en 4.6). Choroïdale effusie, acute myopie en secundair acuut geslotenkamerhoekglaucoom Sulfonamidegeneesmiddelen of sulfonamidederivaatgeneesmiddelen kunnen een anidiosyncratische reactie veroorzaken, wat leidt tot choroïdale effusie met gezichtsvelddefect, voorbijgaande myopie en acuut geslotenkamerhoekglaucoom. Hoewel hydrochloorthiazide een sulfonamide is, zijn er tot dusver alleen geïsoleerde gevallen van acuut geslotenkamerhoekglaucoom gemeld met hydrochloorthiazide. Symptomen, waaronder acuut optreden van verminderde gezichtsscherpte of oogpijn treden meestal op binnen uren of weken na starten met het geneesmiddel. Onbehandeld acuut geslotenkamerhoekglaucoom kan leiden tot permanent verlies van het gezichtsvermogen. De primaire behandeling is het zo snel mogelijk stoppen met innemen van het geneesmiddel. Overweging van directe medicamenteuze of operatieve behandelingen kan nodig zijn als de intraoculaire druk niet onder controle te brengen is. Risicofactoren voor het ontwikkelen van acuut geslotenkamerhoekglaucoom kunnen een voorgeschiedenis van sulfonamide- of penicillineallergie zijn (zie rubriek 4.8). Niet-melanome huidkanker Er is een verhoogd risico op niet-melanome huidkanker (NMSC) [basaalcelcarcinoom (BCC) en plaveiselcelcarcinoom (SCC)] bij blootstelling aan een toenemende cumulatieve dosis hydrochloorthiazide (HCTZ) waargenomen bij twee epidemiologische onderzoeken op basis van het Deens Nationaal Kankerregister. De fotosensibiliserende werking van HCTZ zou kunnen werken als een mogelijk mechanisme voor NMSC. Patiënten die HCTZ innemen moeten worden geïnformeerd over het risico op NMSC en moet worden geadviseerd hun huid regelmatig te controleren op nieuwe laesies en verdachte huidlaesies onmiddellijk te melden. Er dienen mogelijke preventieve maatregelen, zoals beperkte blootstelling aan zonlicht en UV-stralen en, in het geval van blootstelling, afdoende bescherming, aan de patiënten te worden aanbevolen om het risico op huidkanker tot een minimum te beperken. Verdachte huidlaesies moeten onmiddellijk worden onderzocht, mogelijk met inbegrip van histologisch onderzoek van biopsieën. Het gebruik van HCTZ bij patiënten die eerder NMSC hebben gehad, moet mogelijk ook worden heroverwogen (zie ook rubriek 4.8). Acute respiratoire toxiciteit Er zijn zeer zeldzame ernstige gevallen van acute respiratoire toxiciteit, waaronder 'acute respiratory distress'-syndroom (ARDS), gemeld na inname van hydrochloorthiazide. Longoedeem ontwikkelt zich doorgaans binnen minuten tot uren na inname van hydrochloorthiazide. Bij aanvang omvatten de symptomen dyspneu, koorts, verslechtering van de longfunctie en hypotensie. Als de diagnose ARDS wordt vermoed, dient de behandeling met Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva te worden gestaakt en een passende behandeling te worden gegeven. Hydrochloorthiazide mag niet worden toegediend aan patiënten bij wie eerder ARDS optrad na inname van hydrochloorthiazide. Hulpstof Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per filmomhulde tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Behandeling van essentiële hypertensie.
Deze vaste dosiscombinatie is bestemd voor volwassen patiënten bij wie de bloeddruk niet adequaatonder controle kan worden gehouden met irbesartan of hydrochloorthiazide alleen.
Elke filmomhulde tablet bevat 300 mg irbesartan en 25 mg hydrochloorthiazide.
Povidon
Voorverstijfseld zetmeel (maïs)
Poloxameer 188
Microkristallijne cellulose
Croscarmellosenatrium
Colloïdaal watervrij silicium
Magnesiumstearaat
Hypromellose
Titaniumdioxide
Polyethyleenglycol 6000 (Macrogol)
Polyethyleenglycol 400 (Macrogol)
IJzeroxide rood
Indigotine (indigokarmijn aluminium kleurstof FD&C blauw #2)
IJzeroxide zwart
Aanvullende informatie over interacties met irbesartan In klinisch onderzoek werd de farmacokinetiek van irbesartan niet beïnvloed door hydrochloorthiazide. Irbesartan wordt voornamelijk gemetaboliseerd door CYP2C9 en in mindere mate door glucuronidering. Er zijn geen significante farmacokinetische of farmacodynamische interacties waargenomen wanneer irbesartan gelijktijdig werd toegediend met warfarine, een geneesmiddel dat gemetaboliseerd wordt door CYP2C9.
De effecten van CYP2C9-inductoren zoals rifampicine op de farmacokinetiek van irbesartan zijn niet onderzocht. De farmacokinetiek van digoxine werd niet gewijzigd door gelijktijdige toediening van irbesartan.
Aanvullende informatie over interacties met hydrochloorthiazide Bij gelijktijdige toediening kunnen de volgende middelen een interactie met thiazidediuretica aangaan:
Alcohol Er kan potentiëring van orthostatische hypotensie optreden;
Antidiabetica (orale antidiabetica en insulines) Het kan nodig zijn de dosis antidiabetica aan te passen (zie rubriek 4.4);
Colestyramine- en colestipolharsen De absorptie van hydrochloorthiazide wordt geremd in aanwezigheid van anionenuitwisselende harsen; Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva dient tenminste een uur voor of vier uur na gebruik van deze geneesmiddelen te worden ingenomen.
Corticosteroïden, ACTH Elektrolytdepletie, met name hypokaliëmie, kan toenemen;
Digitalisglycosiden De door thiazidediuretica geïnduceerde hypokaliëmie of hypomagnesiëmie kan de door digitalis geïnduceerde aritmieën gemakkelijker doen ontstaan (zie rubriek 4.4);
Niet-steroïde anti-inflammatoire middelen (NSAID's De toediening van niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen kan bij sommige patiënten het diuretisch, natriuretisch en antihypertensief effect van thiazidediuretica verminderen;
Bloeddrukverhogende aminen (bijv. norepinefrine) Het effect van bloeddrukverhogende aminen kan afnemen, maar niet in voldoende mate om af te zien van gebruik ervan;
Niet-depolariserende skeletspierrelaxantia (bijv. tubocurarine): Hydrochloorthiazide kan het effect van niet-depolariserende skeletspierrelaxantia potentiëren;
Anti-jicht middelen Omdat hydrochloorthiazide de serumspiegel van urinezuur kan verhogen, kan het nodig zijn de dosis van anti-jichtmiddelen aan te passen. Verhoging van de dosis van probenecide of sulfinpyrazon kan nodig zijn. Gelijktijdige toediening van thiazidediuretica kan de incidentie van overgevoeligheidsreacties voor allopurinol doen toenemen;
Calciumzouten Thiazidediuretica kunnen de serumcalciumspiegels verhogen door een verminderde excretie. Als calciumsupplementen of calciumsparende middelen (bijv. vitamine D-preparaten) moeten worden voorgeschreven, dienen de serumcalciumspiegels gecontroleerd te worden en de calciumdosering overeenkomstig te worden aangepast;
Carbamazepine Gelijktijdig gebruik van carbamazepine en hydrochloorthiazide is geassocieerd met het risico op symptomatische hyponatriëmie. Elektrolyten moeten worden gemonitord tijdens het gelijktijdig gebruik van deze middelen.
4.8 Bijwerkingen Irbesartan/hydrochloorthiazide combinatie Van de 898 hypertensiepatiënten die verschillende doseringen van irbesartan/hydrochloorthiazide (variërend van: 37,5 mg/6,25 mg tot 300 mg/25 mg) ontvingen tijdens placebogecontroleerde onderzoeken, ondervond 29,5% van de patiënten bijwerkingen. De vaakst gemelde bijwerkingen waren duizeligheid (5,6%), vermoeidheid (4,9%), misselijkheid/braken (1,8%), en abnormaal plassen (1,4%). Daarnaast werden verhogingen van serumureum (2,3%), creatinekinase (1,7%) en creatinine (1,1%) ook vaak waargenomen tijdens de onderzoeken. Tabel 1 toont de spontaan waargenomen bijwerkingen en de waargenomen bijwerkingen van placebogecontroleerde onderzoeken. Het voorkomen van bijwerkingen zoals hierna beschreven is omschreven volgens de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100); zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst. Tabel 1: Bijwerkingen tijdens placebogecontroleerde onderzoeken en spontaan gemelde bijwerkingen* Onderzoeken Vaak: Verhogingen van serumureum, creatinine en creatinekinase Soms: Verlagingen van serumkalium en -natrium Hartaandoeningen Soms: Syncope, hypotensie, tachycardie, oedeem Zenuwstelselaandoeningen Vaak: Duizeligheid Soms: Orthostatische duizeligheid Niet bekend: Hoofdpijn Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Niet bekend Tinnitus Ademhalingsstelsel-, borstkas en mediastinumaandoeningen Niet bekend: Hoesten Maagdarmstelselaandoeningen Vaak: Misselijkheid/braken Soms: Diarree Niet bekend: Dyspepsie, dysgeusie Nier- en urinewegaandoeningen Vaak: Abnormaal plassen Niet bekend: Verminderde nierfunctie waaronder geïsoleerde gevallen van nierfalen bij risicopatiënten (zie rubriek 4.4) Bot-, skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Soms: Gezwollen ledematen Niet bekend: Artralgie, myalgie Voedings- en stofwisselingsstoornissen Niet bekend: Hyperkaliëmie Bloedvataandoeningen Soms: Blozen Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Vaak: Vermoeidheid Immuunsysteemaandoeningen Niet bekend: Zeldzame gevallen van overgevoeligheidsreacties zoals angio-oedeem, rash, urticaria Lever- en galaandoeningen Soms: Niet bekend: Geelzucht Hepatitis, abnormale leverfunctie Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen Soms:: Seksuele disfunctie, libidoveranderingen
Additionele informatie over de afzonderlijke bestanddelen: als toevoeging tot de bovengenoemde bijwerkingen voor het combinatie product, kunnen andere bijwerkingen die eerder voor een van individuele bestanddelen zijn gemeld mogelijke bijwerkingen met Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva zijn. De tabellen 2 en 3 hieronder laten in detail de gerapporteerde bijwerkingen zien van de individuele bestanddelen van Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva.
Tabel 2: Bijwerkingen gemeld tijdens het gebruik van irbesartan alleen Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Soms: Pijn op de borst Bloed- en lymfestelselaandoeningen Niet bekend: Anemie, trombocytopenie Maagdarmstelselaandoeningen Zelden: Intestinaal angio-oedeem Immuunsysteemaandoeningen Niet bekend: Anafylactische reactie inclusief anafylactische shock Voedings- en stofwisselingsstoornissen: Niet bekend: Hypoglykemie
Tabel 3: Bijwerkingen gemeld (ongeacht de relatie ten opzichte van het geneesmiddel) tijdens het gebruik van hydrochloorthiazide alleen Neoplasmata, benigne, maligne en niet-gespecificeerd (inclusief cysten en poliepen) Niet bekend: Niet-melanome huidkanker (basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom) Onderzoeken Niet bekend: Elektrolytverstoringen (waaronder hypokaliëmie en hyponatriëmie, zie rubriek 4.4), hyperurikemie, glucosurie, hyperglykemie, toenames in cholesterol en triglyceriden Hartaandoeningen Niet bekend: Hartritmestoornissen Bloed- en lymfestelselaandoeningen Niet bekend: Aplastische anemie, beenmergremming, neutropenie/agranulocytose, hemolytische anemie, leukopenie, trombocytopenie Zenuwstelselaandoeningen Niet bekend: Vertigo, paresthesie, licht gevoel in het hoofd, rusteloosheid Oogaandoeningen Niet bekend: Tijdelijk wazig zien, xanthopsia, choroïdale effusie Ademhalingsstelsel-, borstkas en mediastinumaandoeningen Zeer zelden: 'Acute respiratory distress'-syndroom (ARDS) (zie rubriek 4.4) Niet bekend: Respiratoire problemen (waaronder pneumonie en pulmonaal oedeem) Maagdarmstelselaandoeningen Niet bekend: Pancreatitis, anorexie, diarree, constipatie, maagirritatie, sialoadenitis, verlies van eetlust Nier- en urinewegaandoeningen Niet bekend: Interstitiële nefritis, nierfunctiestoornissen Huid- en onderhuidaandoeningen Niet bekend: Anafylactische reacties, toxische epidermale necrolyse, necrotiserende angiitis (vasculitis, cutane vasculitis), lupus erythematodes-achtige huidverschijnselen, heractivering van cutane lupus erythematodes, lichtgevoeligheidsreacties, rash, urticaria Bot-, skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Niet bekend: Zwakheid, spierspasmen Bloedvataandoeningen Niet bekend: Orthostatische hypotensie Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Niet bekend: Koorts Lever- en galaandoeningen Niet bekend: Geelzucht (intrahepatische cholestatische geelzucht) Psychische stoornissen Niet bekend: Depressie, slaapstoornissen De dosisafhankelijke ongewenste voorvallen bij hydrochloorthiazide (met name elektrolytverstoringen) kunnen toenemen bij een toenemende hoeveelheid hydrochloorthiazide.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen Niet-melanome huidkanker: Op basis van beschikbare gegevens van epidemiologische onderzoeken werd een cumulatief dosisafhankelijk verband tussen HCTZ en NMSC waargenomen (zie ook rubriek 4.4 en 5.1).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, Website: www.lareb.nl.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken? als u allergisch bent voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 als u allergisch bent voor hydrochloorthiazide of voor enig ander sulfonamidederivaat als u langer dan 3 maanden zwanger bent (het is ook beter om Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva te vermijden tijdens de beginfase van de zwangerschap – zie de rubriek zwangerschap) als u ernstige lever- of nierproblemen heeft als u moeilijk plast als uw arts heeft vastgesteld dat u een aandoening heeft die gepaard gaat met aanhoudende hoge calciumwaarden of lage kaliumwaarden in uw bloed U heeft diabetes of een nierfunctiestoornis en u wordt behandeld met een bloeddrukverlagend geneesmiddel dat aliskiren bevat.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Angiotensine-II-Receptorantagonisten (AIIRAs) Het gebruik van angiotensine-2-receptor antagonisten wordt gedurende het eerste trimester van de zwangerschap niet aanbevolen (zie rubriek 4.4). Het gebruik van angiotensine-2-receptor antagonisten is gecontra-indiceerd gedurende het tweede en derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Er kunnen geen duidelijke conclusies getrokken worden uit resultaten van epidemiologisch onderzoek naar het risico van teratogene effecten als gevolg van blootstelling aan ACE-remmers tijdens het eerste trimester van de zwangerschap; een kleine toename van het risico kan echter niet worden uitgesloten. Hoewel er geen gecontroleerde epidemiologische gegevens zijn over het risico met angiotensine-2- receptor antagonisten kan het risico vergelijkbaar zijn bij deze klasse van geneesmiddelen. Patiënten die een zwangerschap plannen moeten omgezet worden op een andere anti-hypertensieve therapie met een bekend veiligheidsprofiel voor gebruik tijdens zwangerschap, tenzij het voortzetten van de angiotensine-2-receptor antagonisten therapie noodzakelijk wordt geacht. Als zwangerschap wordt vastgesteld dient de behandeling met angiotensine-2-receptor antagonisten onmiddellijk gestaakt te worden, en moet, indien nodig, begonnen worden met een alternatieve therapie. Het is bekend dat blootstelling aan angiotensine-2-receptor antagonisten gedurende het tweede en derde trimester foetale toxiciteit (verslechterde nierfunctie, oligohydramnie, achterstand in schedelverharding) en neonatale toxiciteit (nierfalen, hypotensie, hyperkaliëmie) kan induceren (zie rubriek 5.3). Als blootstelling vanaf het tweede trimester van de zwangerschap heeft plaatsgevonden, wordt een echoscopie van de nierfunctie en de schedel aanbevolen. Pasgeborenen van wie de moeder angiotensine-2-receptor antagonisten hebben gebruikt dienen nauwkeurig gecontroleerd te worden op hypotensie (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Hydrochloorthiazide Er is beperkte ervaring met hydrochloorthiazide tijdens de zwangerschap, met name tijdens het eerste trimester. Dierstudies bieden niet voldoende informatie. Hydrochloorthiazide passeert de placenta. Gebaseerd op het het farmacologische werkingsmechanisme van hydrochloorthiazide, kan het gebruik ervan tijdens het tweede en derde trimester de foetoplacentrale perfusie in gevaar brengen en kan het foetale en neonatale effecten tot gevolg hebben, zoals icterus, verstoring van de elektrolytenhuishouding en trombocytopenie. Hydrochloorthiazide mag niet worden gebruikt voor gestationeel oedeem, gestationele hypertensie of pre-eclampsie vanwege het risico op verminderd plasmavolume en placentale hypoperfusie, zonder gunstig effect op het verloop van de aandoening. Hydrochloorthiazide mag niet worden gebruikt voor essentiële hypertensie bij zwangere vrouwen, behalve in uitzonderlijke situaties waar geen andere behandeling kan worden gebruikt. Omdat Irbesartan/Hydrochlorothiazide Teva hydrochloorthiazide bevat, wordt het niet geadviseerd in het eerste trimester van de zwangerschap. Vóór een geplande zwangerschap dient er omgeschakeld te worden naar een geschikte alternatieve behandeling. Borstvoeding Angiotensine-II-Receptorantagonisten (AIIRAs) Doordat er geen informatie beschikbaar is met betrekking tot het gebruik van Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva tijdens de periode waarin borstvoeding wordt gegeven wordt Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva afgeraden en hebben alternatieve behandelingen met een beter vastgesteld veiligheidsprofiel de voorkeur tijdens de periode waarin borstvoeding wordt gegeven, in het bijzonder tijdens de periode waarin borstvoeding wordt gegeven aan pasgeborenen en prematuren. Het is niet bekend of irbesartan/metabolieten in de moedermelk worden uitgescheiden. Uit beschikbare farmacodynamische/toxicologische gegevens bij ratten blijkt dat irbesartan/metabolieten in melk worden uitgescheiden (zie rubriek 5.3 voor bijzonderheden). Hydrochloorthiazide Hydrochloorthiazide wordt in kleine hoeveelheden uitgescheiden in de moedermelk. Hooggedoseerde thiaziden die intense diurese veroorzaken, kunnen de melkproductie remmen. Het gebruik van Irbesartan/Hydrochlorothiazide Teva tijdens het geven van borstvoeding wordt niet aanbevolen. Als Irbesartan/Hydrochlorothiazide Teva toch gebruikt wordt tijdens de borstvoeding, moet de dosering zo laag mogelijk worden gehouden. Vruchtbaarheid Irbesartan had geen effect op de vruchtbaarheid van behandelde ratten en hun nakomelingen tot aan de dosering waarbij de eerste tekenen van toxiciteit bij de ouderdieren optraden (zie rubriek 5.3).
Dosering
Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva kan eenmaal daags worden ingenomen, met of zonder voedsel.
Dosistitratie met de afzonderlijke componenten (d.w.z. irbesartan en hydrochloorthiazide) kan worden aanbevolen.
Indien klinisch aangewezen kan overschakeling van monotherapie op de vaste combinaties worden overwogen:
• Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva 150 mg/12,5 mg kan worden gebruikt bij patiënten bij wiede bloeddruk niet adequaat onder controle kan worden gehouden met hydrochloorthiazide ofirbesartan 150 mg alleen;
• Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva 300 mg/12,5 mg kan worden gebruikt bij patiënten die nietadequaat behandeld kunnen worden met irbesartan 300 mg of metIrbesartan/Hydrochloorthiazide Teva 150 mg/12,5 mg.
• Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva 300 mg/25 mg kan worden gebruikt bij patiënten die nietadequaat behandeld kunnen worden met Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva 300 mg/12,5 mg.Doseringen hoger dan 300 mg irbesartan/25 mg hydrochloorthiazide eenmaal daags gegeven wordenniet aanbevolen. Indien nodig kan Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva met een anderantihypertensivum gecombineerd worden.
Verminderde nierfunctie
Vanwege het bestanddeel hydrochloorthiazide wordt Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva nietaanbevolen bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min). Bij dezepatiënten wordt de voorkeur gegeven aan lisdiuretica boven thiazidediuretica. Er is geendosisaanpassing nodig bij patiënten met een verminderde nierfunctie bij wie de creatinineklaring≥ 30 ml/min bedraagt.
Verminderde leverfunctie
Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva is niet bestemd voor patiënten met een ernstig verminderdeleverfunctie. Thiazidediuretica dienen terughoudend gebruikt te worden bij patiënten met eenverminderde leverfunctie. Bij patiënten met een licht tot matig verminderde leverfunctie hoeft dedosering van Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva niet te worden aangepast.
Oudere patiënten
Bij oudere patiënten hoeft de dosering van Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva niet te wordenaangepast.
Pediatrische populatie
Irbesartan/Hydrochloorthiazide Teva wordt afgeraden voor kinderen en adolescenten omdat deveiligheid en werkzaamheid niet zijn vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik.
| CNK | 3029527 |
|---|---|
| Organisaties | Arega Pharma NV, Teva Belgium |
| Merken | Teva |
| Breedte | 48 mm |
| Lengte | 100 mm |
| Diepte | 60 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 98 |
| Actieve ingrediënten | hydrochloorthiazide, irbesartan |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |