Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
de apotheek is gesloten, sorry voor het ongemak!
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 12,07 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 7,17 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik De veiligheid en werkzaamheid van amlodipine bij hypertensieve crisis zijn niet vastgesteld. Patiënten met natrium- en/of volumedepletie Uitgesproken hypotensie, waaronder orthostatische hypotensie, werd waargenomen bij 1,7% van de patiënten behandeld met de hoogste dosis Exforge HCT (10 mg/320 mg/25 mg) vergeleken met 1,8% van de valsartan/hydrochloorthiazide (320 mg/25 mg) patiënten, 0,4% van de amlodipine/valsartan (10 mg/320 mg) patiënten, en 0,2% van de hydrochloorthiazide/amlodipine (25 mg/10 mg) patiënten in een gecontroleerd onderzoek bij patiënten met matig tot ernstige ongecompliceerde hypertensie. Bij patiënten met een natriumdepletie en/of volumedepletie zoals patiënten die hoge doses diuretica krijgen, kan symptomatische hypotensie optreden na het starten van een behandeling met Exforge HCT. Exforge HCT mag alleen worden gebruikt na correctie van een eventuele vooraf bestaande natrium- en/of volumedepletie. Als uitgesproken hypotensie optreedt met Exforge HCT moet de patiënt in een achteroverliggende positie worden geplaatst, en indien nodig, een intraveneuze infusie met een normale zoutoplossing worden toegediend. De behandeling kan worden vervolgd wanneer de bloeddruk stabiel geworden is.
Verandering van de serumelektrolyten Amlodipine/valsartan/hydrochloorthiazide In het gecontroleerde onderzoek van Exforge HCT, werden de tegenovergestelde effecten van valsartan 320 mg en hydrochloorthiazide 25 mg op serum kalium grotendeels vereffend bij een groot aantal patiënten. Bij andere patiënten, kan één van de effecten overheersen. Serumelektrolyten dienen met geschikte tussenpozen bepaald te worden om een mogelijke verstoring van de elektrolytenbalans te kunnen detecteren. Serumelektrolyten en kalium dienen met geschikte tussenpozen bepaald te worden om een mogelijke verstoring van de elektrolytenbalans te kunnen detecteren, vooral bij patiënten met andere risicofactoren zoals gestoorde nierfunctie, behandeling met andere geneesmiddelen of reeds bestaande verstoring van de elektrolytenbalans. Valsartan Het gelijktijdig gebruik met kaliumsupplementen, kaliumsparende diuretica, kaliumbevattende zoutvervangers of andere middelen waardoor de kaliumspiegel kan toenemen (heparine, enz.) wordt niet aanbevolen. Zonodig moet de kaliumspiegel worden gecontroleerd. Hydrochloorthiazide De behandeling met Exforge HCT mag alleen worden gestart na correctie van hypokaliëmie en een gelijktijdig bestaande hypomagnesiëmie. Thiazidediuretica kunnen er voor zorgen dat nieuwe gevallen van hypokaliëmie worden geïnduceerd of bespoedigd of dat bestaande hypokaliëmie verergert. Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van thiazidediuretica bij patiënten met aandoeningen die gepaard gaan met een verhoogd kaliumverlies, bijvoorbeeld 'salt loosing' nefropathieën en prerenale (cardiogene) nierinsufficiëntie. Als hypokaliëmie ontstaat tijdens de behandeling met hydrochloorthiazide, moet Exforge HCT worden stopgezet totdat de kaliumspiegel weer normaal en stabiel is. Thiazidediuretica kunnen er voor zorgen dat nieuwe gevallen van hyponatriëmie en hypochloremische alkalose worden geïnduceerd of bespoedigd of dat bestaande hyponatriëmie verergert. Hyponatriëmie met neurologische symptomen (nausea, toenemende desoriëntatie, apathie) werd waargenomen. Een behandeling met hydrochloorthiazide mag alleen worden gestart na correctie van voorafbestaande hyponatriëmie. In het geval dat een ernstige of snelle hyponatriëmie optreedt tijdens de behandeling met Exforge HCT moet de behandeling worden gestopt tot de natriëmie is genormaliseerd. Alle patiënten die thiazidediuretica krijgen, moeten regelmatig worden gecontroleerd op stoornissen van de elektrolytenbalans, vooral kalium, natrium en magnesium. Gestoorde nierfunctie Thiazidediuretica kunnen azotemie veroorzaken bij patiënten met chronische nieraandoeningen. Als Exforge HCT gebruikt wordt bij patiënten met een gestoorde nierfunctie, is regelmatige controle van serumelektrolyten (inclusief kalium), creatinine en serumurinezuur aanbevolen. Exforge HCT is gecontra-indiceerd bij patiënten met een ernstig gestoorde nierfunctie, anurie of bij nierdialyse (zie rubriek 4.3). Dosisaanpassing van Exforge HCT is niet vereist voor patiënten met een licht tot matig gestoorde nierfunctie (GFR ≥30 ml/min/1,73 m 2 ). Nierarteriestenose Exforge HCT moet met voorzichtigheid worden gebruikt om hypertensie te behandelen bij patiënten met een unilaterale of bilaterale nierarteriestenose of een stenose bij een afzonderlijke nier omdat ureum in het bloed en serum creatinine kunnen toenemen bij deze patiënten.
Niertransplantatie Tot op heden is er geen ervaring met het veilige gebruik van Exforge HCT bij patiënten die recent een niertransplantatie ondergingen. Leverinsufficiëntie Valsartan wordt vooral onveranderd via de gal uitgescheiden. De halfwaardetijd van amlodipine is verlengd en de AUC-waarden zijn hoger bij patiënten met een verminderde leverfunctie; er zijn geen dosisaanbevelingen vastgesteld. Bij patiënten met lichte tot matige leverinsufficiëntie zonder cholestasis is de maximale aanbevolen dosis 80 mg valsartan, en daarom is Exforge HCT niet geschikt voor deze patiëntengroep (zie rubrieken 4.2, 4.3 en 5.2). Angio-oedeem Angio-oedeem, inclusief zwelling van de larynx en glottis, die obstructie van de luchtweg en/of zwelling van het gelaat, de lippen, farynx en/of tong veroorzaakt, werd gemeld bij patiënten die met valsartan werden behandeld. Sommige van deze patiënten vertoonden voorafgaand angio-oedeem bij gebruik van andere geneesmiddelen, inclusief ACE-remmers. Exforge HCT moet daarom onmiddellijk worden gestopt bij patiënten die angio-oedeem ontwikkelen en mag niet opnieuw worden toegediend. Intestinaal angio-oedeem Intestinaal angio-oedeem is gemeld bij patiënten die werden behandeld met angiotensine II�receptorantagonisten, waaronder valsartan (zie rubriek 4.8). Bij deze patiënten deden zich buikpijn, misselijkheid, braken en diarree voor. De symptomen verdwenen na stopzetting van angiotensine II�receptorantagonisten. Wanneer intestinaal angio-oedeem wordt vastgesteld, moet het gebruik van valsartan worden gestaakt en moet gepaste monitoring plaatsvinden tot de symptomen volledig zijn verdwenen. Hartfalen en coronairlijden/post-myocardinfarct Als gevolg van de remming van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem, kunnen veranderingen in de nierfunctie worden verwacht bij gevoelige personen. Bij patiënten met ernstig hartfalen bij wie de nierfunctie kan afhangen van de activiteit van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem, werd de behandeling met ACE-remmers en angiotensine receptorantagonisten verbonden met oligurie en/of progressieve azotemie en (zelden) acuut nierfalen en/of overlijden. Vergelijkbare resultaten zijn gemeld met valsartan. De evaluatie van patiënten met hartfalen of post-myocardinfarct moet altijd een bepaling van de nierfunctie omvatten. In een langetermijn, placebogecontroleerd onderzoek (PRAISE-2) met amlodipine bij patiënten met NYHA (New York Heart Association Classification) III en IV hartfalen van niet-ischemische oorsprong, werd amlodipine geassocieerd met meer meldingen van longoedeem ondanks dat er geen significant verschil was in de incidentie van verslechtering van hartfalen in vergelijking met placebo. Calciumkanaalblokkers, inclusief amlodipine, dienen met voorzichtigheid gebruikt te worden bij patiënten met congestief hartfalen vanwege een verhoogd risico op toekomstige cardiovasculaire events en sterfte. Voorzichtigheid is aanbevolen bij patiënten met hartfalen en coronair lijden, met name bij de hoogste dosis Exforge HCT, 10 mg/320 mg/25 mg, vanwege de beperkte gegevens in deze patiëntenpopulaties. Stenose van de aorta en de mitralisklep Zoals met alle andere vasodilatoren is speciale voorzichtigheid geboden bij patiënten met stenose van de mitralisklep of significante niet ernstige stenose van de aorta.
Zwangerschap Tijdens de zwangerschap mag niet worden begonnen met het gebruik van angiotensine II�receptorantagonisten (AIIRA). Behalve wanneer continue behandeling met AIIRA noodzakelijk geacht wordt, moeten patiënten die een zwangerschap plannen worden overgezet op een alternatieve antihypertensieve behandeling waarvan de veiligheid bij gebruik tijdens de zwangerschap bewezen is. Wanneer zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met AIIRA onmiddellijk worden gestopt, en indien nodig moet een alternatieve behandeling worden gestart (zie rubrieken 4.3 en 4.6). Primair hyperaldosteronisme Patiënten met primair hyperaldosteronisme mogen niet worden behandeld met de angiotensine II�antagonist valsartan omdat hun renine-angiotensinesysteem niet is geactiveerd. Daarom is Exforge HCT niet geschikt voor deze populatie. Systemische lupus erythematosus Activatie of exacerbatie van systemische lupus erythematosus werd waargenomen bij behandeling met thiazidediuretica, inclusief hydrochloorthiazide. Andere metabole stoornissen Thiazidediuretica, inclusief hydrochloorthiazide, kunnen de glucosetolerantie wijzigen en de serumspiegels van cholesterol, triglyceriden en urinezuur verhogen. Bij diabetespatiënten kan een aanpassing van de dosering van insuline of orale hypoglykemische geneesmiddelen nodig zijn. Vanwege de hydrochloorthiazidecomponent is Exforge HCT gecontra-indiceerd bij symptomatische hyperurikemie. Hydrochloorthiazide kan de serumurinezuurspiegel verhogen als gevolg van een verminderde klaring van urinezuur, het kan hyperurikemie veroorzaken of verergeren en het kan bij gevoelige patiënten het ontstaan van jicht induceren en bespoedigen. Thiaziden verminderen de urinaire excretie van calcium en ze kunnen een intermitterende en lichte verhoging van het serumcalcium veroorzaken bij afwezigheid van bekende stoornissen in het calciummetabolisme. Exforge HCT is gecontra-indiceerd bij patiënten met hypercalciëmie en mag alleen gebruikt worden na correctie van een reeds bestaande hypercalciëmie. Exforge HCT moet worden gestaakt als zich hypercalciëmie ontwikkelt tijdens de behandeling. De calciumspiegel in het serum moet regelmatig worden gecontroleerd tijdens de behandeling met thiaziden. Duidelijke hypercalciëmie kan een aanwijzing zijn voor verborgen hyperparathyreoïdie. Thiaziden dienen te worden gestaakt voordat de bijschildklierfunctie wordt getest. Fotosensitiviteit Er zijn fotosensitiviteitsreacties gemeld met thiazidediuretica (zie rubriek 4.8). Wanneer fotosensitiviteitsreacties optreden tijdens de behandeling met Exforge HCT, wordt aangeraden om de behandeling te stoppen. Als het opnieuw toedienen van het diureticum noodzakelijk wordt geacht, wordt aangeraden om het huidoppervlak dat aan de zon of aan kunstmatig UVA wordt blootgesteld te beschermen. Choroïdale effusie, acute myopie en secundair acuut geslotenhoekglaucoom Hydrochloorthiazide, een sulfonamide, is in verband gebracht met een idiosyncratische reactie resulterend in een choroïdale effusie met gezichtsvelddefect, een acute voorbijgaande myopie en een acuut geslotenhoekglaucoom. Symptomen zijn onder meer een acute daling van de gezichtsscherpte of acute oogpijn en treden typisch op binnen enkele uren tot een week na de start van de behandeling. Een onbehandeld acuut geslotenhoekglaucoom kan leiden tot permanent verlies van het gezichtsvermogen. De primaire behandeling is het zo snel mogelijk stopzetten van het hydrochloorthiazide. Als de oogdruk niet onder controle wordt gebracht, moet een onmiddellijke medische of chirurgische behandeling worden overwogen. Risicofactoren voor ontwikkeling van een acuut geslotenhoekglaucoom zijn onder meer een voorgeschiedenis van allergie voor sulfonamide of penicilline. Algemeen Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die eerdere overgevoeligheid voor andere angiotensine II receptor antagonisten getoond hebben. Overgevoeligheidsreacties voor hydrochloorthiazide komen eerder voor bij patiënten met allergie en astma. Ouderen (65 jaar en ouder) Voorzichtigheid, inclusief meer frequente monitoring van de bloeddruk, is aanbevolen bij ouderen, met name bij de hoogste dosis Exforge HCT, 10 mg/320 mg/25 mg, omdat beschikbare gegevens met deze patiëntenpopulatie beperkt zijn. Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS) Er is bewijs dat bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, ARB's of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) toeneemt. Dubbele blokkade van RAAS door het gecombineerde gebruik van ACE-remmers, ARB's of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als behandeling met dubbele blokkade absoluut noodzakelijk wordt geacht, mag dit alleen onder supervisie van een specialist plaatsvinden en moeten de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk regelmatig worden gecontroleerd. ACE-remmers en ARB's dienen niet gelijktijdig te worden ingenomen door patiënten met diabetische nefropathie. Niet-melanome huidkanker Er is een verhoogd risico op niet-melanome huidkanker (NMSC) [basaalcelcarcinoom (BCC) en plaveiselcelcarcinoom (SCC)] bij blootstelling aan een toenemende cumulatieve dosis hydrochloorthiazide waargenomen bij twee epidemiologische onderzoeken op basis van het Deense Nationaal Kankerregister. De fotosensibiliserende werking van hydrochloorthiazide zou kunnen werken als een mogelijk mechanisme voor NMSC. Patiënten die hydrochloorthiazide innemen moeten worden geïnformeerd over het risico op NMSC en moet worden geadviseerd hun huid regelmatig te controleren op nieuwe laesies en verdachte huidlaesies onmiddellijk te melden. Er dienen mogelijke preventieve maatregelen zoals beperkte blootstelling aan zonlicht en uv-stralen en, in het geval van blootstelling, afdoende bescherming aan de patiënten te worden aanbevolen om het risico op huidkanker tot een minimum te beperken. Verdachte huidlaesies moeten onmiddellijk worden onderzocht, mogelijk met inbegrip van histologisch onderzoek van biopsieën. Het gebruik van hydrochloorthiazide bij patiënten die eerder NMSC hebben gehad moet mogelijk ook worden heroverwogen (zie ook rubriek 4.8). Acute respiratoire toxiciteit Er zijn zeer zeldzame ernstige gevallen van acute respiratoire toxiciteit, waaronder "acute respiratory distress"-syndroom (ARDS), gemeld na inname van hydrochloorthiazide. Longoedeem ontwikkelt zich doorgaans binnen minuten tot uren na inname van hydrochloorthiazide. Bij aanvang omvatten de symptomen dyspneu, koorts, verslechtering van de longfunctie en hypotensie. Als de diagnose ARDS wordt vermoed, dient de behandeling met Exforge HCT te worden gestaakt en een passende behandeling te worden gegeven. Hydrochloorthiazide mag niet worden toegediend aan patiënten bij wie eerder ARDS optrad na inname van hydrochloorthiazide.
Essentiële hypertensie
Voorzichtigheid is vereist bij gelijktijdig gebruik
Exforge HCT
afzonderlijke
component
Bekende interacties
met de volgende stoffen
Effect van de interactie met andere geneesmiddelen
Amlodipine CYP3A4 remmers
(bv. ketoconazol,
itraconazol, ritonavir)
Bij gelijktijdig gebruik van amlodipine met krachtige
of matige CYP3A4-remmers (proteaseremmers,
azoolantimycotica, macroliden zoals erytromycine of
claritromycine, verapamil of diltiazem) kan de
blootstelling aan amlodipine significant verhogen. De
klinische vertaling van deze farmacokinetische
fluctuaties kan sterker zijn bij ouderen. Klinische
bewaking en dosisaanpassing kunnen dus nodig zijn.
CYP3A4 inductoren
(anticonvulsiemiddelen
[bv. carbamazepine,
fenobarbital, fenytoïne,
fosfenytoïne, primidon],
rifampicine, Hypericum
perforatum [sint-
janskruid])
Bij gelijktijdige toediening van bekende inductoren van
CYP3A4 kan de plasmaconcentratie van amlodipine
variëren. Daarom dient de bloeddruk te worden
gecontroleerd en moet een dosisaanpassing worden
overwogen zowel tijdens als na gelijktijdig gebruik van
medicatie, in het bijzonder met sterke CYP3A4-
inductoren (bijv. rifampicine, hypericum perforatum).
Simvastatine Gelijktijdige toediening van meerdere doses van 10 mg
amlodipine met 80 mg simvastatine veroorzaakte een
toename van blootstelling aan simvastatine met 77% in
vergelijking met alleen simvastatine. Het wordt
aanbevolen om de dosis van simvastatine te beperken
tot 20 mg per dag bij patiënten die amlodipine nemen.
Dantroleen(infuus) Bij dieren worden letaal ventrikelfibrilleren en
cardiovasculaire collaps waargenomen samen met
hyperkaliëmie na toediening van verapamil en
intraveneus dantroleen. Gezien het risico van
hyperkaliëmie wordt aanbevolen om de gelijktijdige
toediening van calciumkanaalblokkers zoals
amlodipine te vermijden bij patiënten die vatbaar zijn
voor maligne hyperthermie en bij de behandeling van
maligne hyperthermie.
Samenvatting van het veiligheidsprofiel De veiligheid van Exforge HCT is onderzocht bij de maximale dosis van 10 mg/320 mg/25 mg in een gecontroleerd kortlopend (8 weken) klinisch onderzoek met 2.271 patiënten, waarvan 582 valsartan kregen in combinatie met amlodipine en hydrochloorthiazide. In het algemeen waren de bijwerkingen mild en van korte duur en leidden zelden tot stopzetten van de therapie. In dit actief-gecontroleerd klinisch onderzoek, vormden duizeligheid en hypotensie de meest voorkomende redenen voor het stopzetten van de therapie met Exforge HCT (0,7%). Tijdens het 8-weken-durende gecontroleerd klinisch onderzoek, werden geen significante nieuwe of onverwachte bijwerkingen gezien met de tripeltherapie in vergelijking met de bekende effecten van de monotherapie of dubbeltherapie componenten. Tijdens het 8-weken-durende gecontroleerd klinisch onderzoek waren de veranderingen in laboratoriumparameters met de Exforge HCT combinatie minimaal en consistent met de farmacologische werking van de individuele componenten. De aanwezigheid van valsartan in de tripeltherapie leidde tot een vermindering van het hypokaliëmisch effect van hydrochloorthiazide. Tabel met lijst van bijwerkingen De volgende bijwerkingen, vermeld volgens de MedDRA systeem/orgaanklassen en frequentie, betreffen zowel Exforge HCT (amlodipine/valsartan/HCT) als de individuele componenten amlodipine, valsartan en HCT. Zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100, <1/10); soms (≥1/1.000, <1/100); zelden (≥1/10.000, <1/1.000); zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). MedDRA Systeem Orgaanklasse Bijwerkingen Frequentie Exforge HCT Amlodipine Valsartan HCT Neoplasmata, benigne, maligne en niet-gespecificeerd (inclusief cysten en poliepen) Niet-melanome huidkanker (basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom) -- -- -- Niet bekend Bloed en lymfestelselaandoeningen Agranulocytose, beenmergfalen -- -- -- Zeer zelden Hemoglobine en hematocriet verlaagd -- -- Niet bekend -- Hemolytische anemie -- -- -- Zeer zelden Leukopenie -- Zeer zelden -- Zeer zelden Neutropenie -- -- Niet bekend -- Trombocytopenie, soms met purpura -- Zeer zelden Niet bekend Zelden Aplastische anemie -- -- -- Niet bekend Immuun systeem aandoeningen Overgevoeligheid -- Zeer zelden Niet bekend Zeer zelden Voedings- en stofwisselingsstoornissen Anorexie Soms -- -- -- Hypercalciëmie Soms -- -- Zelden Hyperglykemie -- Zeer zelden -- Zelden Hyperlipidemie Soms -- -- -- Hyperurikemie Soms -- -- Vaak Hypochloremische alkalose -- -- -- Zeer zelden Hypokaliëmie Vaak -- -- Zeer vaak Hypomagnesiëmie -- -- -- Vaak Hyponatriëmie Soms -- -- Vaak Verslechtering van de metabole toestand bij diabetes -- -- -- Zelden Psychische stoornissen Depressie -- Soms -- Zelden Insomnia/slaapstoornissen Soms Soms -- Zelden Veranderingen van stemming -- Soms -- -- Verwardheid -- Zelden -- -- Zenuwstelselaandoeningen Afwijkende coördinatie Soms -- -- -- Duizeligheid Vaak Vaak -- Zelden Posturale duizeligheid, inspanningsduizeligheid Soms -- -- -- Smaakstoornissen Soms Soms -- -- Extrapyramidaal syndroom -- Niet bekend -- -- Hoofdpijn Vaak Vaak -- Zelden Hypertonie -- Zeer zelden -- -- Lethargie Soms -- -- -- Paresthesie Soms Soms -- Zelden Perifere neuropathie, neuropathie Soms Zeer zelden -- -- Slaperigheid Soms Vaak -- -- Syncope Soms Soms -- -- Tremor -- Soms -- -- Hypo-esthesie -- Soms -- -- Oogaandoeningen Acuut geslotenhoekglaucoom -- -- -- Niet bekend Visusverslechtering -- Soms -- -- Visusstoornis Soms Soms -- Zelden Choroïdale effusie -- -- -- Niet bekend Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen Tinnitus -- Soms -- -- Vertigo Soms -- Soms -- Hartaandoeningen Palpitaties -- Vaak -- -- Tachycardie Soms -- -- -- Aritmieën (waaronder bradycardie, ventriculaire tachycardie en atriumfibrilleren) -- Zeer zelden -- Zelden Myocardinfarct -- Zeer zelden -- -- Bloedvataandoeningen Flushing -- Vaak -- -- Hypotensie Vaak Soms -- -- Orthostatische hypotensie Soms -- -- Vaak Flebitis, tromboflebitis Soms -- -- -- Vasculitis -- Zeer zelden Niet bekend -- Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Hoest Soms Zeer zelden Soms -- Dyspneu Soms Soms -- -- "Acute respiratory distress"-syndroom (ARDS) (zie rubriek 4.4) -- -- -- Zeer zelden Ademnood, pulmonair oedeem, pneumonitis -- -- -- Zeer zelden Rhinitis -- Soms -- -- Keelirritatie Soms -- -- -- Maagdarmstelselaandoeningen Abdominaal ongemak, pijn in de bovenbuik Soms Vaak Soms Zelden Slechte adem Soms -- -- -- Gewijzigde stoelgang -- Soms -- -- Constipatie -- -- -- Zelden Verminderde eetlust -- -- -- Vaak Diarree Soms Soms -- Zelden Droge mond Soms Soms -- -- Dyspepsie Vaak Soms -- -- Gastritis -- Zeer zelden -- -- Gingivale hyperplasie -- Zeer zelden -- -- Nausea Soms Vaak -- Vaak Pancreatitis -- Zeer zelden -- Zeer zelden Braken Soms Soms -- Vaak Intestinaal angio-oedeem -- -- Zeer zelden -- Lever- en galaandoeningen Leverfunctietest afwijkend, waaronder verhoging van bilirubine in het bloed -- Zeer zelden** Niet bekend -- Hepatitis -- Zeer zelden -- -- Intrahepatische cholestase, geelzucht -- Zeer zelden -- Zelden Huid- en onderhuidaandoeningen Alopecia -- Soms -- -- Angio-oedeem -- Zeer zelden Niet bekend -- Bulleuze dermatitis -- -- Niet bekend -- Cutane lupus erythematosus-achtige reacties, reactivatie van cutane lupus erythematosus -- -- -- Zeer zelden Erythema multiforme -- Zeer zelden -- Niet bekend Exantheem -- Soms -- -- Hyperhidrose Soms Soms -- -- Fotosensitiviteitsreactie * -- Zeer zelden -- Zelden Pruritus Soms Soms Niet bekend -- Purpura -- Soms -- Zelden Rash -- Soms Niet bekend -- Vaak Verkleuring van de huid -- Soms -- -- Urticaria en andere vormen van huiduitslag -- Zeer zelden -- Vaak Necrotiserende vasculitis en toxisch epidermale necrolyse -- Niet bekend -- Zeer zelden Afschilferende dermatitis -- Zeer zelden -- -- stevens-johnson-syndroom -- Zeer zelden -- -- Quincke-oedeem -- Zeer zelden -- -- Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Artralgie -- Soms -- -- Rugpijn Soms Soms -- -- Gewrichtszwelling Soms -- -- -- Spierspasme Soms Soms -- Niet bekend Spierzwakte Soms -- -- -- Myalgie Soms Soms Niet bekend -- Pijn van extremiteiten Soms -- -- -- Enkelzwelling -- Vaak -- -- Nier- en urinewegaandoeningen Creatinine in het bloed verhoogd Soms -- Niet bekend -- Mictiestoornis Soms Nocturie -- Soms -- -- Pollakiurie Vaak Soms Nierfunctiestoornis -- -- -- Niet bekend Acuut nierfalen Soms -- -- Niet bekend Nierfalen en verminderde nierfunctie -- -- Niet bekend Zelden Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen Impotentie Soms Soms -- Vaak Gynecomastie Soms -- -- -- Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Abasie, loopstoornis Soms -- -- -- Asthenie Soms Soms -- Niet bekend Ongemak, malaise Soms Soms -- -- Vermoeidheid Vaak Vaak Soms -- Noncardiale pijn op de borst Soms Soms -- -- Oedeem Vaak Vaak -- -- Pijn -- Soms -- -- Koorts -- -- -- Niet bekend Onderzoeken Lipiden verhoogd -- Zeer vaak Bloed ureum stikstof verhoogd Soms -- -- -- Bloed urinezuur verhoogd Soms -- -- -- Glycosurie Zelden Kalium in het bloed verlaagd Soms -- -- -- Kalium in het bloed verhoogd -- -- Niet bekend -- Gewichtstoename Soms Soms -- -- Gewichtsverlies -- Soms -- -- * Zie rubriek 4.4 Fotosensitiviteit ** Meestal samenhangend met cholestase Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen Niet-melanome huidkanker: Op basis van beschikbare gegevens van epidemiologische onderzoeken werd een cumulatief dosisafhankelijk verband tussen hydrochloorthiazide en NMSC waargenomen (zie ook rubriek 4.4 en 5.1). Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen), voor andere sulfonamidederivaten, voor dihydropyridinederivaten of voor (één van) de in "Samenstelling" vermelde hulpstof(fen).
- Tweede en derde trimester van de zwangerschap .
- Matige tot ernstige leverinsufficiëntie, levercirrose of cholestase.
- Ernstige nierinsuffiëntie (GFR <30 ml/min/1,73 m2), anurie en patiënten die dialyse ondergaan.
- Het gelijktijdig gebruik van Exforge HCT met aliskiren-bevattende producten is gecontra-indiceerd bij patiënten met diabetes mellitus of nierinsufficiëntie (GFR <60 ml/min/1,73m2) .
- Refractaire hypokaliëmie, hyponatriëmie, hypercalciëmie, en symptomatische hyperurikemie.
- Ernstige hypotensie.
- Shock (inclusief cardiogene shock).
- Obstructie van het uitstroomkanaal van het linker ventrikel (bijv. obstructieve hypertrofische cardiomyopathie en ernstige aortastenose).
- Hemodynamisch instabiel hartfalen na een acuut myocardinfarct.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Amlodipine De veiligheid van amlodipine tijdens de zwangerschap bij de mens is niet vastgesteld. In dieronderzoek werd bij hoge doses reproductietoxiciteit waargenomen (zie rubriek 5.3). Gebruik tijdens de zwangerschap wordt alleen aanbevolen wanneer er geen veiliger alternatief beschikbaar is en wanneer de aandoening zelf een groter risico voor moeder en kind vormt. Valsartan Het gebruik van angiotensine II-receptorantagonisten (AIIRA) wordt niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). Het gebruik van AIIRA is gecontra-indiceerd tijdens het tweede en derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Er kunnen geen conclusies getrokken worden uit epidemiologische gegevens met betrekking tot het risico op teratogeniciteit na blootstelling aan ACE-remmers tijdens het eerste trimester van de zwangerschap. Een kleine toename van het risico kan echter niet worden uitgesloten. Hoewel er geen gecontroleerde epidemiologische data zijn over het risico met angiotensine II-receptorantagonisten (AIIRA), kan een vergelijkbaar risico bestaan met deze klasse geneesmiddelen. Behalve wanneer een continue AIIRA-behandeling noodzakelijk is, moeten patiënten die een zwangerschap plannen, worden overgezet op een alternatieve antihypertensieve behandeling waarvan de veiligheid bij gebruik tijdens de zwangerschap is bewezen. Wanneer zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met AIIRA onmiddellijk worden gestopt, en indien nodig moet een alternatieve behandeling worden gestart. Het is bekend dat blootstelling aan een behandeling met AIIRA gedurende het tweede en derde trimester humane foetotoxiciteit (verminderde renale functie, oligohydramnie, vertraging in de botvorming van de schedel) en neonatale toxiciteit (nierfalen, hypotensie, hyperkaliëmie) veroorzaakt (zie rubriek 5.3). Indien blootstelling aan AIIRA heeft plaatsgevonden vanaf het tweede trimester van de zwangerschap, wordt controle van de renale functie en de schedel door middel van echografie aangeraden. Zuigelingen waarvan de moeders AIIRA hebben gebruikt, moeten nauwkeurig worden gecontroleerd op hypotensie (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Hydrochloorthiazide De ervaring met hydrochloorthiazide tijdens de zwangerschap, vooral tijdens het eerste trimester, is beperkt. Er is onvoldoende experimenteel onderzoek bij dieren gedaan. Hydrochloorthiazide passeert de placenta. Op basis van het farmacologische werkingsmechanisme van hydrochloorthiazide kan het gebruik ervan tijdens het tweede en derde trimester een invloed hebben op de foetoplacentale perfusie en kan het foetale en neonatale effecten veroorzaken, zoals icterus, een verstoorde elektrolytenbalans en trombocytopenie. Amlodipine/valsartan/hydrochloorthiazide Er is geen ervaring met het gebruik van Exforge HCT bij zwangere vrouwen. Volgens de beschikbare gegevens over de bestanddelen is het gebruik van Exforge HCT niet aanbevolen tijdens het eerste trimester en vormt het een contra-indicatie tijdens de tweede en derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Borstvoeding Amlodipine wordt uitgescheiden in moedermelk. Het percentage van de maternale dosis dat wordt ontvangen door de zuigeling werd geschat met een interkwartielafstand van 3 - 7%, met een maximum van 15%. Niet bekend is welk effect amlodipine op zuigelingen heeft. Er is geen informatie beschikbaar met betrekking tot het gebruik van valsartan tijdens de lactatieperiode. Hydrochloorthiazide wordt in kleine hoeveelheden in de moedermelk uitgescheiden. Thiaziden in hoge doses veroorzaken sterke diurese en kunnen de melkproductie verminderen. Het gebruik van Exforge HCT tijdens de periode waarin borstvoeding gegeven wordt, wordt niet aanbevolen. Als Exforge HCT gebruikt wordt tijdens de periode waarin borstvoeding wordt gegeven, moet de dosis zo laag mogelijk worden gehouden. Alternatieve behandelingen met een beter bewezen veiligheidsprofiel tijdens de periode waarin borstvoeding wordt gegeven hebben de voorkeur, vooral bij het geven van borstvoeding aan een pasgeboren of een te vroeg geboren zuigeling. Vruchtbaarheid Er zijn geen klinische onderzoeken naar vruchtbaarheid met Exforge HCT. Valsartan Valsartan vertoonde geen negatieve effecten op de reproductiviteit van mannetjes- en vrouwtjesratten bij orale doses van maximaal 200 mg/kg/dag. Deze dosis is zesmaal de maximaal aanbevolen dosis voor mensen, omgerekend naar mg/m2 (bij de berekening wordt uitgegaan van een orale dosis van 320 mg/dag en een patiënt van 60 kg). Amlodipine Bij een aantal patiënten die behandeld werden met calciumkanaalblokkers zijn reversibele biochemische veranderingen in de kopjes van spermatozoa gerapporteerd. Er zijn onvoldoende klinische gegevens over het mogelijke effect van amlodipine op de vruchtbaarheid. In één onderzoek bij ratten werden nadelige effecten op de vruchtbaarheid bij mannetjes gevonden (zie rubriek 5.3).
Volwassenen
Toedieningswijze
| CNK | 2682474 |
|---|---|
| Organisaties | Novartis |
| Breedte | 65 mm |
| Lengte | 110 mm |
| Diepte | 63 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 98 |
| Actieve ingrediënten | amlodipine besilaat, hydrochloorthiazide, valsartan |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |